Micron wil 4F²-DRAM niet verder ontwikkelen, zei topman Scott DeBoer tijdens een bedrijfsevenement op 21 oktober 2026. Hij noemde de hogere productiekosten en complexiteit, plus fundamentele problemen bij verdere opschaling. Volgens DeBoer bepaalt vooral de ruimte die condensatoren innemen de praktische bitdichtheid, niet alleen de nominale oppervlakte van een geheugencel.
Waarom een kleinere 4F²-cel niet automatisch meer geheugen oplevert
De aanduiding 4F² beschrijft een nominale celoppervlakte van vier keer F², waarbij F de kleinste lithografische maat is. Bij dezelfde featuregrootte is die oppervlakte theoretisch ongeveer 33% kleiner dan bij een 6F²-cel. In een ideale geometrische vergelijking zouden daardoor tot 50% meer cellen op een wafer passen.
Dat zijn theoretische verhoudingen, geen gemeten toename van de praktische bitdichtheid of productieopbrengst. De afstand tussen condensatoren, hun grootte en hun afmetingen bepalen mede hoeveel bruikbare geheugencellen op een oppervlak passen. Een kleinere transistorcel levert dus niet vanzelf evenredig meer bits op.
De afweging verklaart Microns keuze: Scott DeBoer zei dat 4F² technisch te maken is, maar dat de extra complexiteit en kosten voor het bedrijf niet opwegen tegen de praktische dichtheidswinst. Hij wees ook op fundamentele grenzen aan het verder opschalen van die architectuur.
Micron zet in op 6F² en ontwikkelt DRAM 3D
Micron wil de conventionele 6F²-architectuur verder verkleinen door de condensatorafstand terug te brengen en kleinere procesgeneraties te gebruiken. Daarnaast ontwikkelt het bedrijf DRAM 3D, waarbij geheugencellen in lagen boven elkaar worden gestapeld. Dat is iets anders dan een verticaal kanaal binnen een 4F²-cel.
De doelen van CXMT en YMTC zijn afzonderlijke ontwikkeltrajecten
CXMT mikte volgens berichtgeving op een 4F²-DDR5-RDIMM voor servers vóór eind 2026. Voor YMTC werd afzonderlijk gemeld dat het onderzoek deed naar LPDDR5 van 16 Gb op 7.500 MT/s en daarnaast werkte aan een 4F²-ontwerp met een verticaal kanaal dat op 9.600 MT/s mikte. Die doelwaarden beschrijven verschillende ontwikkeltrajecten en zeggen op zichzelf niets over de praktische dichtheidswinst van 4F².