Het AI Office van de Europese Commissie houdt rechtstreeks toezicht op aanbieders van general-purpose AI-modellen (GPAI-modellen) die modellen op de EU-markt aanbieden, ongeacht waar de aanbieder is gevestigd. De Commissie kan informatie opvragen, modellen evalueren en onder voorwaarden maatregelen eisen. Een openbare taxonomie van veiligheidskeuzes bij AI-bedrijven is een beleidsvoorstel van Tech Policy Press, gepubliceerd op 2 november 2026, geen aangenomen EU-regel. De Commissie licht de bevoegdheidsverdeling toe in haar FAQ over GPAI-modellen.
Voor het rechtstreekse GPAI-toezicht is dus van belang of een aanbieder een model op de Uniemarkt aanbiedt, niet waar het bedrijf gevestigd is.
Waar het AI Office rechtstreeks toezicht op houdt
Het AI Office houdt toezicht op de verplichtingen voor aanbieders van GPAI-modellen onder hoofdstuk V van de AI-verordening. Bij AI-systemen is de rol beperkter: het Office houdt rechtstreeks toezicht als de aanbieder van het model en de aanbieder van het AI-systeem dezelfde zijn. In andere gevallen ondersteunt het de markttoezichthouders van de EU-lidstaten.
Dat onderscheid helpt bepalen wie een toezichtstaak uitvoert. Gaat het om verplichtingen van een GPAI-modelaanbieder, dan heeft de Commissie een directe rol. Gaat het om een AI-systeem van een andere aanbieder, dan ligt het toezicht in beginsel bij de nationale autoriteiten, met steun van het AI Office.
Wat de artikelen 91, 92 en 93 mogelijk maken
De AI-verordening geeft de Commissie verschillende bevoegdheden. Artikel 91 gaat over informatie en documenten opvragen; artikel 92 over modelevaluaties; artikel 93 over maatregelen. De voorwaarden verschillen per bevoegdheid. De Commissie beschrijft deze handhavingsbevoegdheden in haar richtsnoeren.
| Artikel | Bevoegdheid | Belangrijke voorwaarde |
| 91 | Informatie en documentatie opvragen bij GPAI-aanbieders | De Commissie gebruikt deze bevoegdheid om naleving te controleren. |
| 92 | Een model evalueren | Dit kan als informatie uit artikel 91 onvoldoende is om naleving te beoordelen, of om systeemrisico’s op EU-niveau te onderzoeken. |
| 93 | Maatregelen vragen om verplichtingen uit artikelen 53 en 54 na te komen | Maatregelen om systeemrisico’s te beperken vereisen een evaluatie die ernstige en onderbouwde zorgen over een systeemrisico oplevert. |
De Commissie kan onder de voorwaarden van de AI-verordening ook de beschikbaarheid van een model beperken, het model intrekken of terugroepen. Voor GPAI-aanbieders kan de maximale bestuurlijke boete 3% van de wereldwijde jaaromzet of € 15 miljoen bedragen, waarbij het hoogste bedrag geldt.
Toegang bij evaluaties is afgestemd op het doel
De Commissie kan bij een evaluatie toegang vragen tot bijvoorbeeld een API, interne systemen, broncode, modelgewichten of hostinginfrastructuur. De toegang moet passen bij het doel van de evaluatie; een besluit legt de technische middelen, onderdelen, voorwaarden en termijn vast. Dat maakt toegang tot broncode of gewichten mogelijk wanneer die voor een evaluatie nodig is, maar geeft geen algemene, onvoorwaardelijke toegang. Uitvoeringsverordening (EU) 2026/1755 bevat de regels voor evaluaties en procedures. De verordening trad op 10 augustus 2026 in werking.
De regels voorzien ook in waarborgen voor deskundigen: zij moeten onafhankelijk zijn, belangen melden en vertrouwelijke informatie beschermen. Aanbieders kunnen gemotiveerd bezwaar maken tegen de onafhankelijkheid van een deskundige. In een boeteprocedure krijgt een aanbieder na voorlopige bevindingen minstens 21 dagen om schriftelijk te reageren en bewijs in te dienen.
Wat de voorgestelde openbare taxonomie zou toevoegen
Tech Policy Press stelt een openbare, gemeenschappelijke indeling voor van keuzes die AI-bedrijven tijdens de ontwikkeling en inzet van modellen maken, inclusief de uitgangspunten achter die keuzes. Onafhankelijke, geaccrediteerde beoordelaars zouden controleren of de opgegeven indeling overeenkomt met het onderliggende bewijs. Zij zouden niet bepalen welke veiligheidsopvatting juist is. De indeling zou zulke keuzes vergelijkbaar maken; ondersteunend bewijs zou vertrouwelijk kunnen blijven.
De Commissie of het AI Office heeft deze taxonomie volgens het voorstel niet als EU-regel ingevoerd. Het gaat om een idee voor meer inzicht in beslissingen van AI-bedrijven, naast de bestaande wettelijke bevoegdheden van de Commissie.
De Code of Practice en Anthropic’s plan voor externe evaluatoren
De Commissie beschrijft naleving van een als adequaat beoordeelde Code of Practice als een manier om naleving aan te tonen. Dat geeft op zichzelf geen vermoeden van conformiteit; de Commissie koppelt dat rechtsgevolg aan geharmoniseerde normen.
In een bericht uit september 2026 beschreef Dario Amodei, CEO van Anthropic, een bedrijfsplan voor externe evaluatoren. Hij schreef dat Anthropic een team zou uitnodigen voor doorlopende toegang, vergelijkbaar met die van interne risicobeoordelaars, om veiligheidspraktijken, modellen, trainingspijplijnen en processen te beoordelen en incidenten te melden. Hij noemde uitzonderingen voor wettelijke of contractuele verplichtingen en de bescherming van klant- en partnerinformatie. Evaluatoren zouden belangrijke bevindingen kunnen publiceren en openbaar kunnen maken wanneer een weglakking hun conclusies beïnvloedde. Amodei beschreef het plan in zijn eigen bericht.