De Commodity Futures Trading Commission (CFTC) gaf in 2026 toestemming voor minstens drie afzonderlijke privéonderzoeken naar mogelijke handel met voorkennis in Polymarket-contracten. De zaken draaien om contracten over gratieverleningen door Joseph Biden, gebeurtenissen rond Iran en Googles Year in Search-ranglijst van 2025. De documenten noemen geen concrete verdachte transacties, aanklachten of uitkomsten.
De CFTC startte drie onderzoeken naar Polymarket
De onderzoeken werden goedgekeurd door CFTC-voorzitter Michael S. Selig. Het eerste onderzoek, naar contracten over gratieverleningen door Joseph Biden, kreeg begin mei 2026 toestemming. Eind mei volgde een afzonderlijk onderzoek naar Iran-evenementcontracten. In juli 2026 kwam daar een onderzoek bij naar Google-gerelateerde contracten over de Year in Search-ranglijst van 2025.
De kern is belangrijk: een onderzoek naar mogelijke handel met voorkennis is geen vaststelling dat die overtreding heeft plaatsgevonden. De besluiten geven de toezichthouder bevoegdheden zoals het afnemen van verklaringen, het opvragen van documenten en het uitvaardigen van dagvaardingen. Ze maken daarmee onderzoek mogelijk, maar vormen op zichzelf geen oordeel over handelaren of transacties.
De drie onderzochte contractgebieden
| Onderwerp van het onderzoek | Moment van toestemming | Contractgebied |
| Gratieverleningen door Joseph Biden | Begin mei 2026 | Polymarket-contracten over mogelijke gratieverleningen |
| Gebeurtenissen rond Iran | Eind mei 2026 | Polymarket-Iran-evenementcontracten |
| Googles Year in Search-ranglijst van 2025 | Juli 2026 | Google-gerelateerde Polymarket-contracten |
De drie zaken hebben dus verschillende onderwerpen, maar dezelfde juridische inzet: nagaan of iemand met niet-openbare informatie heeft gehandeld op een markt waarop deelnemers de uitkomst van gebeurtenissen voorspellen.
Wat de documenten wel en niet laten zien
De besluiten leggen vast welke contractgebieden de CFTC wilde onderzoeken. Ze noemen niet welke transacties verdacht waren, welke accounts werden bekeken of welke personen doelwit waren. Ook is er geen publieke conclusie over deze drie onderzoeken.
Eerder gemelde opvallende handelsresultaten vallen daarom niet automatisch aan een van deze onderzoeken te koppelen. Bij contracten over Bidens gratieverleningen verdiende een handelaar volgens eerdere berichtgeving meer dan 300.000 dollar. Rond Iran werden accounts beschreven die 2,4 miljoen dollar zouden hebben verdiend met een winstpercentage van 98 procent. Geen van beide voorbeelden is in de documenten aangewezen als doelwit van de CFTC-onderzoeken.
Het Google-onderzoek staat los van de zaak-Spagnuolo
Het Google-onderzoek is niet dezelfde zaak als de procedure tegen Michele Spagnuolo. Paul Hayeck, waarnemend hoofd van de handhavingsafdeling van de CFTC, omschreef de nieuwe zaak als een onderzoek naar aanvullende personen die mogelijk hadden gehandeld met voorkennis rond Googles Year in Search-ranglijst van 2025.
Het Southern District of New York voerde daarnaast een parallel onderzoek uit naar de Google-gerelateerde contracten. Dat maakt de zaak procedureel breder, maar verandert niets aan de afzonderlijke status van het onderzoek naar Michele Spagnuolo. De twee zaken mogen dus niet als één onderzoek worden samengevoegd.
Verwante zaken met een andere procesfase
De CFTC-zaak tegen Gannon Ken Van Dyke biedt juridische context, maar is een afzonderlijke zaak. Op 23 april 2026 kondigde de toezichthouder civiele aanklachten aan wegens vermeend gebruik van geheime informatie bij handel in Polymarket-contracten over Nicolás Maduro. De CFTC omschreef dit als haar eerste zaak wegens handel met voorkennis rond gebeurteniscontracten.
Dat verschil in procesfase doet ertoe:
| Zaak | Betrokken onderwerp | Procesfase | Wat publiek is gemaakt |
| Drie nieuwe CFTC-onderzoeken | Biden-gratieverleningen, Iran en Google Year in Search 2025 | Privéonderzoeken | Onderwerp en toestemming zijn bekendgemaakt; transacties en uitkomsten niet |
| Zaak tegen Gannon Ken Van Dyke | Polymarket-contracten over Nicolás Maduro | Civiele aanklacht | De CFTC beschreef vermeend gebruik van geheime informatie |
| Zaak tegen Michele Spagnuolo | Google-gerelateerde Polymarket-handel | Afzonderlijke civiele en strafrechtelijke zaken | Het vermeende gebruik van niet-openbare Google-informatie staat centraal |
Een aanklacht is bovendien geen definitieve vaststelling van schuld. Dat geldt ook voor de bedragen die in verwante zaken worden genoemd: zij horen bij afzonderlijke beschuldigingen en mogen niet worden opgeteld bij of toegeschreven aan de drie nieuwe onderzoeken.
Waarom handel met voorkennis op voorspellingsmarkten lastig te vinden is
Voorspellingsmarkten werken met contracten waarvan de waarde afhangt van een toekomstige gebeurtenis. Dat kan een politieke beslissing, een geopolitieke ontwikkeling of een ranglijst zijn. Het lastige voor toezichthouders is niet alleen het herkennen van een ongebruikelijke transactie, maar ook het aantonen dat de handelaar toegang had tot niet-openbare informatie en die informatie gebruikte.
Marktplatforms houden transacties en signalen in de gaten, terwijl toezichthouders moeten reconstrueren wie welke informatie kon kennen. Een handelaar kan bovendien via een tussenpersoon of indirecte relatie aan een tip komen. Ongebruikelijke winst is daarom een aanleiding voor nader onderzoek, geen zelfstandig bewijs van handel met voorkennis.
Wat er nu op het spel staat
Voor Polymarket en vergelijkbare voorspellingsmarkten is de praktische inzet duidelijk: toezichthouders proberen vast te stellen of contracten over nieuwswaardige gebeurtenissen eerlijk kunnen functioneren wanneer sommige deelnemers mogelijk eerder informatie hebben.
De drie CFTC-onderzoeken leveren op dit moment vooral een kaart van de onderzochte gebieden op. Pas concrete transacties, formele aanklachten of officiële conclusies kunnen duidelijk maken of er in een van deze zaken daadwerkelijk sprake was van handel met voorkennis. Tot die tijd blijft de vaststaande ontwikkeling de toestemming voor de onderzoeken — niet een bewezen overtreding.