Het Gerecht van de Europese Unie hield op 21 oktober 2026 informatie in het procesdossier van CISPE vertrouwelijk tegenover Broadcom. De beschikking in zaak T‑503/25 beschermt gegevens in het verzoekschrift en de bijlagen, maar beslist niet over CISPE’s beroep tegen de goedkeuring van de Broadcom/VMware-concentratie. Lees de beschikking van het Gerecht.

Welke informatie het Gerecht afschermde

Het Gerecht wees de verzoeken van CISPE en de Europese Commissie om vertrouwelijke behandeling volledig toe tegenover Broadcom. Het ging onder meer om gegevens waarmee CISPE-leden die bij de zaak betrokken zijn konden worden geïdentificeerd, hun ervaringen als VMware-klant, zakelijke relaties en strategische keuzes. Ook informatie over het Commissieonderzoek AT.40924 naar VMware-softwarelicenties viel onder de bescherming.

Waarom de informatie vertrouwelijk bleef

Volgens het Gerecht kon openbaarmaking de belangen van CISPE-leden ernstig schaden en hen blootstellen aan represailles. Het risico gold volgens de beschikking ook voor voormalige VMware-klanten. Daarbij wees het Gerecht op Broadcoms dominante positie op de markt voor Fibre Channel-hostbusadapters (FC HBA’s), die volgens het Gerecht essentieel zijn voor clouddiensten.

Het Gerecht oordeelde ook dat openbaarmaking van informatie over het Commissieonderzoek de doeltreffendheid ervan in het voorlopige stadium kon schaden.

Wat de beschikking zegt over CISPE’s beroep

CISPE, een vereniging van 48 aanbieders van cloudinfrastructuur in de EU, vraagt het Gerecht om vernietiging van Commissiebesluit C(2023) 4654 final. De Europese Commissie nam dat besluit op 12 juli 2023 en keurde daarin de Broadcom/VMware-concentratie goed. CISPE stelde het beroep tot nietigverklaring in op 23 juli 2025. De Commissie is verweerder in de zaak; Broadcom nam als interveniënt deel ter ondersteuning van de Commissie.

Broadcom betoogde dat de afgeschermde informatie nodig was om de ontvankelijkheid van CISPE’s beroep aan te vechten en inhoudelijk te reageren. Het Gerecht oordeelde dat Broadcom geen ontvankelijkheidsbezwaar kon aanvoeren, omdat de Commissie dat niet had gedaan. Volgens het Gerecht verhinderde de vertrouwelijke behandeling Broadcom ook niet om de beroepsgronden te begrijpen en te beantwoorden.