Microsoft kondigde op 15 oktober 2026 agentaccounts, geheugen voor bedrijfsprocessen en triggers voor Copilot Studio aan. Volgens het bedrijf rollen de functies uit via het Frontier-programma. Een eigen account geeft een agent een identiteit, maar niet automatisch toegang tot alle gekoppelde tools of gegevens. Microsofts aankondiging

Een account geeft identiteit, geen vrije toegang

Microsoft kondigt persistente Copilot Studio-agents aan

Een agent met een eigen account krijgt een Microsoft Entra ID, een mailbox en na publicatie een eigen aanwezigheid binnen Microsoft 365. Beheerders en makers moeten de toegang tot tools afzonderlijk instellen. Voor tools die namens een gebruiker handelen, kan ook diens authenticatie en toestemming nodig zijn. Microsoft Learn beschrijft de voorwaarden en beperkingen van agentaccounts.

Die identiteit maakt een agent dus herkenbaar als afzonderlijk account, maar geeft hem geen onbeperkte bevoegdheden. Microsoft vermeldt dat accountagenten geen beveiligde documenten kunnen lezen en niet reageren op mensen buiten de eigen tenant. Ze kunnen geen gerichte wijzigingen aanbrengen in bestaande documenten of daaraan meeschrijven; nieuwe documenten maken kan wel. E-mailreacties zijn beperkt tot gesprekken binnen de tenant met maximaal 250 mensen.

Publiceren vraagt om specifieke previewvoorwaarden

Microsoft Learn beschrijft agentaccounts als een prereleasefunctie. Een organisatie heeft een omgeving in de vroege releasecyclus nodig, plus een beheerder die de Copilot Studio-agenttemplate en de accountinstelling activeert. De tenant moet deelnemen aan Frontier.

Ook gelden licentievoorwaarden. Makers moeten beschikken over Microsoft 365 E5 met de Microsoft Agent 365-add-on, of Microsoft 365 E7. Voor elk gepubliceerd agentaccount is daarnaast een Microsoft 365 Frontier for AI Teammates-licentie nodig. Microsoft vermeldt bovendien gebruiksafhankelijke kosten voor het bouwen, gebruiken, testen en evalueren van agents; die kunnen Copilot Credits verbruiken. De Frontier-informatie van Microsoft vermeldt dat toegang en gebruikskosten per functie, rol en abonnement kunnen verschillen.

Geheugen verschilt per configuratie

Voor een agent met een eigen account beschrijft Microsoft geheugen dat wordt gedeeld door de mensen die met die agent werken. In deze preview is er geen privacygrens tussen gebruikers en geen optie om dat geheugen uit te schakelen. De afzonderlijke documentatie over algemeen agentgeheugen beschrijft juist een privéopslag per gebruiker. Microsofts documentatie over accountgeheugen en over algemeen geheugen behandelen dus verschillende configuraties.

GeheugenconfiguratieWie heeft toegang?Beheer en verwijdering
Agent met eigen accountGedeeld met de mensen die met de agent werkenGeen privacygrens tussen gebruikers en geen opt-out in deze preview
Algemeen agentgeheugenEen afzonderlijke privéopslag per gebruikerDe maker kan geheugen per agent in- of uitschakelen; gebruikers kunnen hun herinneringen bekijken of verwijderen. Na 28 dagen zonder interactie verwijdert Microsoft het geheugen van die gebruiker.

Dat onderscheid is relevant zodra een team informatie aan een agent toevertrouwt: geheugen dat voor één gebruiker privé is, blijft dat niet automatisch wanneer de agent een gedeeld account heeft.

Triggers starten werk op een signaal of schema

Microsoft kondigt persistente Copilot Studio-agents aan

Microsoft zegt dat een ingesteld extern signaal, zoals een e-mail, of een vaste frequentie een agentcyclus kan starten zonder een nieuwe prompt. De agent kan dus aan een terugkerend proces beginnen, maar de benodigde tools en rechten moeten nog steeds zijn geconfigureerd.

Microsoft noemt Ooredoo Qatar als klantvoorbeeld: een Copilot Studio-agent helpt daar volgens het bedrijf bij het beoordelen van zakelijke voorstellen en het voorbereiden van briefings voor leidinggevenden. Een ander voorbeeld in de aankondiging — een agent die wekelijks budgetprognoses vergelijkt en onverklaarde wijzigingen navraagt — is hypothetisch; het scenario laat ook zien dat het financiële team de beslissingen over prognoses en uitgaven behoudt.

Microsoft beschreef verfijningen op basis van agentactiviteit en het gebruik van een eigen cloudcomputer met browser als toekomstige mogelijkheden, niet als functies van deze aankondiging.