Op 30 september 2026 willigde rechter Amit P. Mehta van de U.S. District Court for the District of Columbia de verzoeken van Google LLC en moederbedrijf Alphabet Inc. in om twee gewijzigde antitrustklachten af te wijzen. De zaken waren aangespannen door Chegg en Penske Media Corporation (PMC), samen met negen aangesloten uitgevers. De uitspraak behandelde de aangevoerde antitrustclaims, niet de vraag of Google inbreuk maakte op auteursrecht.
Waarom de antitrusttheorieën niet slaagden
De uitgevers stelden dat Google hun content gebruikte in ruil voor zoekverkeer. Volgens de rechtbank maakten de klachten niet aannemelijk dat daarover een overeenkomst bestond: ze beschreven geen onderhandelde voorwaarden, wederzijdse toezeggingen of andere aanwijzingen dat Google een bepaalde hoeveelheid verkeer had beloofd in ruil voor content.
Ook de claims over het handhaven of uitbreiden van een monopolie strandden. De uitgevers hadden volgens de rechtbank geen antitrustbelang aangetoond in de markt voor algemene zoekdiensten: de gestelde schade aan hun publicatie-inkomsten en het gebruik van hun content speelden volgens de klachten in andere markten. Daarnaast vond de rechtbank de voorgestelde markt voor onlinepublicaties van PMC te breed afgebakend. De door Chegg voorgestelde markt voor online educatieve publicaties was volgens de rechtbank onvoldoende duidelijk omschreven.
Google Search en AI Overviews als geïntegreerde zoekervaring
Voor PMC’s claim over koppelverkoop oordeelde de rechtbank dat de klacht niet aannemelijk maakte dat Google Search en AI Overviews afzonderlijk gevraagde producten waren. De rechtbank behandelde ze binnen die claim als één geïntegreerde zoekervaring.
De juridische reikwijdte van de uitspraak
De uitspraak ging over de aangevoerde federale claims onder de Sherman Act. De rechtbank beoordeelde geen aansprakelijkheid wegens auteursrechtinbreuk en stelde geen algemeen recht vast om auteursrechtelijk beschermde content vrijelijk te gebruiken.
De rechtbank wees ook de claims uit Californisch recht wegens ongerechtvaardigde verrijking af, nadat zij had afgezien van aanvullende rechtsmacht over die claims. Over hun inhoudelijke merites deed zij geen uitspraak.