De camoatí-honing is veel rijker dan die van bijen. Ik weet het uit de eerste hand, niemand heeft het me verteld. En ik vind het heel erg voor de camoatí, maar als ze zo dicht bij mijn huis een raat bouwen en mijn hele familie in gevaar brengen, dan zien ze mijn meest gewelddadige (en gulzige) kant.
De procedure om deze kleine invasieve wespen te verdrijven en de honing eruit te halen is even simpel als primitief. Je neemt een lange stok, ongeveer een meter, om als speer te gebruiken. Aan de punt je wikkelt een doek en steekt die in brand. Dan hoef je alleen nog maar te mikken. De camoatí maken hun nesten in de takken van bomen, dus misschien heb je een paar pogingen nodig.
Wanneer de speer in de raat wordt gestoken, hoef je alleen maar te wachten tot de zwarte wespjes hun oude huis verlaten, gestikt door de rook. Een kwartier zou voldoende moeten zijn. Als er geen beest meer rondvliegt, klim je in de boom, snijd je het dingetje door dat de raat met de tak verbindt en... njam njam njam!
Ik raad ten zeerste aan om, zodra je de schat hebt, het op wilde wijze te eten (zoals de man op deze foto). Niet doen alsof je verfijnd bent. Zuig de honing rechtstreeks uit de wascellen, lekker warm en rokerig, vloeibaar en heerlijk. Misschien eet je wel een larfje mee, maar maak je geen zorgen, dat is extra proteïne! De rest gooi je naar je honden, die houden ook van honing en genieten van het kauwen op de was. Niets wordt verspild!
En zo verliep mijn afgelopen weekend. Hoe was het jouwe?
De visuele dump van de week