Op 2 september 2026 wees rechter Leonie M. Brinkema het verzoek van het U.S. Department of Justice af om Google’s advertentietechnologie op te splitsen of AdX te laten verkopen. Het schriftelijke besluit werd op 16 september openbaar. Google krijgt geen structurele opsplitsing, maar wel gedragsregels, technische verplichtingen en toezicht die de concurrentie in de advertentiemarkten moeten openstellen die de rechtbank eerder als onrechtmatig gemonopoliseerd had aangemerkt.

Google hoeft AdX niet te verkopen

Het antwoord op de belangrijkste vraag is dus nee: Google hoeft AdX, zijn advertentiebeurs, niet af te stoten. Ook komt er geen gedwongen verkoop van de bredere advertentietechnologieactiviteiten.

Het U.S. Department of Justice had juist structurele maatregelen gevraagd. Daarbij hoorde de verkoop van AdX, het openbaar maken van de uiteindelijke veilinglogica van DoubleClick for Publishers (DFP) en de mogelijkheid om later ook DFP af te stoten. De rechtbank koos voor een andere route: Google houdt de producten, maar moet de manier waarop ze samenwerken en concurreren aanpassen.

De zaak bouwt voort op een uitspraak van 17 april 2025. Daarin stelde Leonie M. Brinkema vast dat Google een monopolie had opgebouwd in de markt voor advertentieservers voor uitgevers en in de markt voor advertentiebeurzen. Ook werd de koppeling tussen DFP en AdX als onrechtmatig aangemerkt.

Wat Google moet veranderen

De maatregelen richten zich op de werking van Googles advertentieplatformen, niet op een verkoop van die platformen. De belangrijkste onderdelen zijn:

  • Google mag uitgevers die zijn advertentieserver gebruiken niet verplichten om ook AdX te gebruiken.
  • Google mag niet discriminerend bieden op een manier die rivaliserende advertentiebeurzen benadeelt.
  • AdX moet worden geïntegreerd met advertentieservers van concurrerende uitgevers.
  • Google moet gegevens delen binnen het kader van de opgelegde maatregelen.
  • Een Monitor en een Technical Committee krijgen een rol bij het toezicht op de naleving.

Een advertentieserver helpt een uitgever om advertentieruimte te beheren en te verkopen. Een advertentiebeurs verzamelt ondertussen biedingen van verschillende partijen en rangschikt die in milliseconden. Juist de combinatie van beide functies stond centraal in de zaak. De nieuwe regels moeten uitgevers meer ruimte geven om de server en beurs afzonderlijk te kiezen.

Wat de rechter koos tegenover het DOJ-voorstel

OnderdeelVoorstel van het U.S. Department of JusticeAanpak van de rechtbank
Structurele maatregelVerkoop van AdX, openbaarmaking van de uiteindelijke DFP-veilinglogica en een mogelijke latere verkoop van DFPGeen verkoop van AdX en geen opsplitsing van Googles advertentietechnologie
ConcurrentieStructurele scheiding, aangevuld met gedragsregelsVerbod op discriminerend bieden, gegevensdeling en aansluiting van AdX op advertentieservers van rivalen
DuurHet U.S. Department of Justice en meerdere staten vroegen om minstens 15 jaar toezichtZes jaar, met een mogelijke verlenging bij onvolledige naleving
ToezichtIntensief overheidstoezicht tijdens de overgangEen Monitor en een Technical Committee houden toezicht op de naleving

De keuze is daarmee geen vrijspraak voor Google. De rechtbank handhaaft maatregelen tegen gedrag dat volgens haar de concurrentie heeft beperkt, maar vond een verkoop van AdX niet noodzakelijk om dat gedrag aan te pakken. Leonie M. Brinkema oordeelde dat gedragsmaatregelen de markten effectief voor concurrentie kunnen openstellen en Google ervan kunnen weerhouden terug te keren naar anticompetitief gedrag.

Zes jaar toezicht, met ruimte voor verlenging

Het vonnis blijft zes jaar van kracht. Die termijn is korter dan de periode van minstens 15 jaar die het U.S. Department of Justice en meerdere staten hadden gevraagd. De rechtbank kan de looptijd verlengen als Google na die zes jaar niet volledig aan de opgelegde verplichtingen heeft voldaan.

De precieze technische uitvoering van de integratie, gegevensdeling en toezichtstructuur staat niet in de gepubliceerde samenvatting van de maatregelen. Wel is duidelijk dat de naleving niet alleen op algemene gedragsbeloften berust: er komen specifieke toezichthoudende organen en verplichtingen rond de advertentieproducten.

Mogelijke gevolgen buiten de Verenigde Staten

Leonie M. Brinkema stelde dat wereldwijde toepassing mogelijk is wanneer de vereiste productwijzigingen in alle regio’s op een consistente manier kunnen worden doorgevoerd. Dat maakt de uitspraak relevant voor de manier waarop Google’s advertentieproducten ook buiten de Verenigde Staten functioneren.

De beslissing van 2 september 2026, gevolgd door het openbaar worden van het schriftelijke besluit op 16 september, markeert daarmee een belangrijke tussenstand in de zaak. Google behoudt AdX, maar moet zijn advertentie-infrastructuur gedurende zes jaar onder gedragsregels en toezicht laten functioneren.