De uitspraak 864/2026 van het Tribunal Superior de Justicia de Madrid, gedateerd 8 oktober 2026, betrof naar verluidt het beroep van een scenarioschrijver die was ontslagen in een ERE, de Spaanse procedure voor collectief ontslag. Haar ontslagbrief noemde geen AI. Het afzonderlijke ontslag van een 3D-modelleur, wiens brief AI wel noemde, werd volgens berichtgeving niet aangevochten en kwam daardoor niet voor het Madrileense hof.

Waarover de Madrileense rechter oordeelde

De twee ontslagen hoorden bij dezelfde collectieve reorganisatie, maar alleen het beroep van de scenarioschrijver werd aan het Tribunal Superior de Justicia de Madrid voorgelegd. Het hof boog zich dus niet over het ontslag van de 3D-modelleur.

Welke bewijzen telden in Bilbao

Een afzonderlijke uitspraak van het Tribunal de Instancia de Bilbao laat zien hoe een rechter de aangevoerde ontslaggronden aan het bewijs kan toetsen. GHI Hornos Industriales S.L. ontsloeg technisch tekenaar Carlos María op 31 oktober 2025. Het bedrijf beriep zich op economische, productieve, technische en organisatorische gronden en beschreef een transformatie met Model Based Definition (MBD) en AI-ondersteunde automatisering. In uitspraak 252/2026 van 6 juli 2026 verklaarde de rechtbank het ontslag improcedente, de Spaanse juridische kwalificatie die de werkgever verplichtte te kiezen tussen herstel van het dienstverband en een vergoeding (uitspraak 252/2026).

De rechter vond de aangevoerde gronden onvoldoende onderbouwd. Getuigen verklaarden dat de MBD-tool nauwelijks werd gebruikt; een getuige had er training voor gekregen, maar had er niet mee gewerkt. Ook woog mee dat een technisch rapport uit juni 2026 dateerde van na het ontslag. Interne voorbereidingsdocumenten van 27 augustus 2025 verwezen naar de kenmerken en houding van werknemers die ontslagen zouden worden. De rechtbank beschouwde de technologische onderbouwing in deze zaak als een voorwendsel.

Als GHI voor een vergoeding koos in plaats van herstel van het dienstverband, moest het volgens de uitspraak nog € 5.877,71 betalen, na aftrek van de al betaalde ontslagvergoeding.